Begin juli 2014 kreeg ik bericht dat het Nederlands Letterenfonds mijn aanvraag voor een reisbeurs voor mijn boek “De BAM - Op weg naar de lichtende toekomst” had gehonoreerd. Ik kon me gaan voorbereiden op een reis van ongeveer zestig dagen met als belangrijkste doel mensen te spreken die in de jaren 70 en 80 als jongere naar Siberië waren vertrokken om aan de BAM te gaan werken en die er nog steeds wonen.

Ik wilde hun ‘trots en idealen’ optekenen en afzetten tegen de enorme propaganda waarmee de bouw van ‘het grootste civiele bouwproject aller tijden’ gepaard ging. En ook in de voorgeschiedenis van de BAM duiken, ten tijde van Stalin. Natuurlijk ben ik al vaak in Rusland geweest, in bijna alle uithoeken en ik spreek de taal vloeiend. Toch was ik enigszins nerveus om de reis te maken, dit stuk van het imperium – midden in de taiga – was nieuw voor me, het was ook enorm ver en geïsoleerd, en diep in mijn achterhoofd waarden duistere associaties rond. Intussen waren de verhoudingen tussen Nederland en Rusland na de annexatie van de Krim en de schermutselingen in Oekraïne al behoorlijk gespannen. 


Maar het is een geweldige reis geworden en ik was meer dan welkom! Het was een warm bad. De ene keer treinde ik een hele dag, de andere keer anderhalf uur, soms waren de treinen vol, dan weer zat ik bijna alleen in een wagon. Ik reed van Taksimo naar Kuanda, of van Novyj Oergal naar Postysjevo, plaatsnamen die de meeste Russen de wenkbrauwen doen fronsen, ‘hoe heet dát? Nooit van gehoord…’ In elk dorpje of stadje stonden mensen me op te wachten, van alle rangen en standen, jong of oud, soms midden in de nacht (er komt doorgaans maar een trein per dag), die me mee naar hun huis namen, waar me dan een maaltijd stond te wachten. Of een ontbijt met cognac, want ja, het blijft Rusland. 


Mijn faam was me vooruitgesneld, ik was de ‘schrijver uit Nederland’, mijn gastheren waren trots en blij dat iemand van zo ver weg hun verhalen kwam optekenen. Als ze al zelf geen BAM-veteranen waren, spoorden ze hen voor me op (wat niet zo moeilijk was, iedereen heeft een band met de BAM), ze sleepten me mee naar BAM-musea, troonden me langs de monumenten en lieten me de natuur zien. Maar meer nog: ik heb een prachtige zonsopgang meegemaakt aan het Bajkalmeer; heb door unieke zandduinen op de permafrost gewandeld – meer een woestijn eigenlijk met besneeuwde bergen eromheen - en heb voor het eerst in mijn leven een beer in het wild gezien. Een jonkie weliswaar, op vijftig meter afstand, maar toch. Ik ben twee keer op de lokale televisie geweest en twee keer heeft de krant over mijn bezoek geschreven. Ofwel, ik ben al bijna beroemd aan de BAM.


Mijn boek is inmiddels af, het verschijnt voorjaar 2017 bij Gibbon Uitgeefagentschap onder de titel ‘Het rijk van de BAM. Mijn reis met die andere Trans Siberië Express’. Dus is mijn hoofd weer vrij om de reis opnieuw te maken, nu niet alleen, maar met avontuurlijk ingestelde reizigers van Battuta. En nu zelf iets verder weg nog: voor mijn BAM-reis in 2015 was mijn eindbestemming Komsomolsk na Amoere, terwijl we nu doorreizen tot de Stille Oceaan, het officieuze doel van de BAM! Ik kan niet wachten. Voorwaarts, op naar de BAM!"